De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen



De tak Johan Franco van de IJsselsteinse familie Hendrik Rudolph Beijen junior

Deze pagina is nog in bewerking

Hendrik Rudolph Beijen junior (12.5) werd in 1881 (volgens andere bronnen in 1880 of 1882) geboren op het eiland Ternate. Zijn vader, Hendrik Rudolph senior, was toen militair commandant van het eiland. Als zijn moeder werd "de inlandsche vrouw Dinah" genoemd.
Hieronder staan foto's van Hendrik Rudolph junior uit verschillende fasen van zijn leven.

In 1895 ging Hendrik Rudolph, die toen waarschijnlijk 13 jaar was, voor zijn opleiding naar Nederland. In september 1895 werd hij ingeschreven bij een kostschool (Instituut van Kinsbergen) in Elburg. In 1897 vertrok hij naar familie in Den Haag, waarschijnlijk zijn uit Indië teruggekeerde oom Pieter Wilhelm Adriaan Beijen, die als zijn voogd optrad.

Het schijnt de bedoeling van zijn vader te zijn geweest dat Hendrik junior naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda zou gaan. Dat plan is echter niet doorgegaan, misschien omdat hij niet aan de toelatingseisen voldeed. Hij werd in 1899 ingeschreven bij de kweekschool voor machinisten in Amsterdam. Veel van de afgestudeerden van die opleiding vonden werk bij bedrijven in Indië. Kennelijk beviel die opleiding Hendrik niet: in 1901 werd hij "op verzoek ontslagen".

In februari 1901 trad Hendrik Rudolph als vrijwillig dienend soldaat voor zes jaar in dienst bij de infanterie. Over zijn tijd in het leger wordt verteld op de pagina Militairen in de fout. In oktober 1901 werd hij korporaal, maar drie jaar later werd hij, nadat hij een groot aantal disciplinaire straffen had gekregen, gedegradeerd tot soldaat. In 1905 en 1906 moest hij vanwege ernstiger misstappen twee keer voor de krijgsraad verschijnen. Beide keren werd hij tot gevangenisstraf veroordeeld. Op 12 maart 1906 werd zijn contract bij het leger voortijdig ontbonden.

Op diezelfde dag liet Hendrik Rudolph zich inschrijven in de gemeente Bemmel. Volgens het bevolkingsregister ging hij daar wonen bij de (handels)reiziger Georgius Kotte en zijn gezin. Hun huis stond in het dorp Doornenburg in die gemeente.
In Bemmel werd op de zondagen 22 en 29 april 1906 het voorgenomen huwelijk afgekondigd van Hendrik met Lies Kotte, de oudste dochter uit het gezin:
"Hendrik Rudolph Beijen, van beroep reiziger, oud vier en twintig jaren, wonende te Doornenburg, zoon van Hendrik Rudolph Beijen, gepensioneerd kapitein, en van de inlandsche vrouw Dinah, de eerste wonende te Soekaboemi in Nederlandsch Indië, en Elisabeth Catharina Francisca Hendrika Kotte, zonder beroep, oud zeventien jaren, wonende te Doornenburg, voor minder dan zes maanden te Nijmegen, dochter van de echtelieden Georgius Theodorus Wernerus Kotte, reiziger, en van Johanna Elisabeth van Waardenburg, zonder beroep, beiden wonende te Doornenburg".

Verwacht had mogen worden dat kort na die twee afkondigingen het huwelijk zou worden gesloten. Dat is echter nooit gebeurd. In de familie werd later verteld dat de vader van Lies bij nader inzien vond dat Hendrik geen geschikte echtgenoot voor zijn dochter was.
Op 5 mei 1906, zes dagen na de tweede huwelijksafkondiging, beviel Lies van een zoontje. Het kind kreeg de voornamen Hendrik Rudolph Marie Johan. Dat wijst er duidelijk op dat Hendrik Rudolph Beijen de vader van het kind moet zijn geweest. Hendrik werd echter niet in de geboorteakte vermeld, en het jongetje kreeg dus de naam Kotte.

De relatie tussen Hendrik en Lies
Er is de laatste tijd iets meer duidelijk geworden over de vraag hoe Hendrik Beijen en Lies Kotte elkaar kunnen hebben leren kennen. Dat is onder andere te danken aan gegevens uit de militaire archieven. Meer daarover is te lezen op de pagina Militairen in de fout
Georgius Kotte, de vader van Lies, had een druk beklant café in Vlissingen. Hendrik diende in de periode 1803/1804 bij een compagnie die in Vlissingen gelegerd was. Waarschijnlijk heeft hij regelmatig het café van Kotte bezocht en heeft hij daar de oudste dochter van de caféhouder leren kennen.
In november 1904 werd Hendrik overgeplaatst naar een compagnie in Roermond, maar hij en Lies zullen elkaar niet zijn vergeten. Interessant in dat verband is dat Hendrik later bij de krijgsraad verklaarde dat "zijn meisje" van huis was weggelopen.
Het is niet bekend waar en wanneer de ontmoeting die de zwangerschap tot gevolg had zich heeft afgespeeld. Gezien de datum van de bevalling is begin augustus 1905 de waarschijnlijkste periode. Een bijzonder gegeven is dat Hendrik van 11 augustus tot 2 september 1905 in de gevangenis heeft gezeten.
De familie Kotte verhuisde eind augustus 1905 van Vlissingen naar Nijmegen en in maart of april 1906 naar Bemmel.

Een half jaar na de geboorte van het zoontje van Lies verhuisde het gezin, inclusief het kind, van Bemmel naar Utrecht. Waarschijnlijk is Hendrik Rudolph rond diezelfde tijd teruggegaan naar Indië. Uit Indische bronnen blijkt dat hij in ieder geval in 1908 weer terug was.

Over hoe het verder is gegaan met Lies en haar zoontje heb ik een artikel geschreven voor het maartnummer 2014 van het blad 'gen.' Klik op het plaatje hieronder om het te downloaden.


Bij het schrijven van het artikel ging ik ervan uit dat Hendrik Rudolph in 1899 naar Nederland was gekomen. Later wees Nico van Horn uit Amsterdam me erop dat hij al in 1895 moet zijn gekomen en dat hij toen naar een kostschool in Elburg ging. Een latere ontdekking die ik zelf deed was dat Hendrik Rudolph van 1901 tot 1906 in het leger heeft gediend.

In het artikel wordt onder andere vermeld dat een broer van Lies die bij de koopvaardij werkte omstreeks 1920 tijdens een van zijn reizen op bezoek is geweest bij de familie Beijen in Soekaboemi.
Op een foto die hij daar heeft gemaakt stond 'Paviljoen van de fam. Beyen Soekaboemi'.

Volgens krantenberichten uit 1911 werd Hendrik Rudolph als employé van de onderneming Tjilatoe (waarschijnlijk een plantage) aangeklaagd wegens misbruik van vertrouwen. Eerst werd hij veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, maar in hoger beroep werd hij vrijgesproken.
In 1914 werd hij benoemd tot machinist bij een ontsmettingsstation op een van de eilanden van de Riouw-archipel. Verder woonde en werkte hij in Garoet (Garut), Padalarang en Tasikmalaja, allemaal op West-Java.

In 1952, in de roerige tijd na de Indonesische onafhankelijkheid, werd Hendrik Rudolph vermoord bij een roofoverval. De krantenberichten hiernaast komen uit Het nieuwsblad voor Sumatra van 24 en 26 september 1952. Ook andere kranten in Indonesië besteedden aandacht aan de moord.

Voor zover bekend bleef Hendrik Rudolph ongehuwd. Hij erkende wel enkele kinderen van inlandse vrouwen: een zoon en twee dochters.