De familiesite Beijen/Beyen
door Laurens Beijen
De voorpagina
Het inhoudsoverzicht
De volgende pagina
De vorige pagina
De voornamenlijst
De fotogalerij
Zoeken op deze website
Reacties of vragen

De tak Jan Thomas van de IJsselsteinse familie

Beijen-boerderijen in Bodegraven

Op de pagina over Jan Thomas Beijen en zijn kinderen werd al vermeld dat de hoofdpersoon van die pagina van zijn schoonouders diverse boerderijen en grote stukken land in Bodegraven en omgeving had geërfd. Zijn schoonvader was Maarten van den Bos (1718-1789), een rijke boer en veekoopman uit Bodegraven. Jan Thomas kocht er ook nog boerderijen en grond bij. Hij verhuurde die boerderijen soms aan buitenstaanders, maar bij voorkeur aan zijn kinderen of schoonkinderen.

Toen Jan Thomas in 1827 overleed, had hij zes boerderijen in Bodegraven in bezit. Ze lagen allemaal aan de Zuidzijde: de weg langs de zuidoever van de Rijn ten oosten van de dorpskern van Bodegraven. Bij de verdeling van de nalatenschap van Jan Thomas werden ze toebedeeld aan verschillende van zijn kinderen. Later kochten kinderen en kleinkinderen van hem er nog enkele boerderijen bij. Daardoor was vooral in het derde kwart van de negentiende eeuw een belangrijk deel van de Zuidzijde in het bezit van de familie Beijen en hun directe verwanten. Later werd dat geleidelijk minder.

Deze pagina geeft een overzicht van de boerderijen in Bodegraven die eigendom zijn geweest van leden van de familie Beijen. De informatie is mede afkomstig van Ton Bruijnis uit Zwolle.

Op het kaartje hieronder is een deel van de gemeente Bodegraven te zien volgens de situatie in 1887. Rechts ligt het Fort Wierickerschans, dat gebouwd is in 1673. De spoorlijn Leiden-Woerden ten zuiden van de Rijn werd in 1878 in gebruik genomen. De spoorlijn doorsneed alle landerijen in de Zuidzijderpolderpolder. Onder druk van een dreigende onteigening moesten de grondeigenaren, onder wie diverse leden van de familie Beijen, een deel van hun grond verkopen aan de spoorwegmaatschappij. Tussen 1935 en 1940 werden de oorspronkelijke landerijen nogmaals doorsneden door de aanleg van de rijksweg A12.



De plaatsen waar Beijen-boerderijen hebben gestaan zijn met letters aangegeven. De boerderijen A, B, D, E, F en H behoorden tot de in 1828 verdeelde nalatenschap van Jan Thomas Beijen.

De landerijen die bij de boerderijen aan de Zuidzijde hoorden liepen tot ver naar het zuiden door. Ze lagen niet alleen in de gemeente Bodegraven, maar ook in de gemeenten Zwammerdam (waartoe vroeger ook de polders Broekvelden en Vrouwmadekampen ten zuiden en zuidoosten van het dorp Bodegraven behoorden), Sluipwijk en Lange Ruige Weide.

Boerderij A

Hierboven een fragment van een kadastrale kaart van Bodegraven uit 1832. De horizontale strook aan de bovenkant is de Oude Rijn, de smalle blauwe strook daaronder is het jaagpad, en daaronder is de Rijndijk te zien. Op het perceel 447 staat boerderij A, op 471 boerderij B.
Bij de boedelscheiding van Maarten van den Bos en Gerrigje van der Lee in 1792 werd boerderij A, die op de plaats van het huidige Zuidzijde 54 stond, toegewezen aan hun dochter Jannigje van den Bos en haar man Jan Thomas Beijen. Bij de verdeling van de boedel van Jan Thomas in 1828 kreeg zijn jongste zoon Pieter Beijen (10.12) de boerderij met de bijbehorende grond in eigendom. Pieter bleef in Benschop wonen en verpachtte de boerderij aan anderen.
Na het overlijden van Pieter in 1850 en van zijn weduwe Maggeltje Kuylenburg in 1861 werd de boerderij op een veiling in 1862 verkocht. De koper was Gerrit Beijen Maartenszoon (11.12), die de boerderij al pachtte van zijn oom Pieter. In notariŽle akten werd de boerderij aangeduid als Bijeveld of Beijenveld.
In 1874 liet Gerrit, die inmiddels een dagje ouder was geworden, de boerderij veilen. Koopster was een barones Van Boetzelaer van Dubbeldam. Gerrits zoon Maarten Beijen (12.18) pachtte de boerderij nog tot 1901, waarna hij met zijn vrouw naar Leiden verhuisde. Daarna werd de boerderij gepacht door andere families.
In 1935 werd de boerderij met slechts een beperkt stuk grond gekocht door Anthonie N.G. Bruijnis, een achterkleinzoon van Nicolaas Bruijnis en Amilia Beijen (11.6) uit de subtak Maarten.
Het voorhuis van de boerderij is waarschijnlijk nieuw gebouwd in 1862. Het middengedeelte is zeer oud, en daarachter ligt de ruimte die oorspronkelijk de stal was, maar van latere datum is dan het middengedeelte.

Boerderij B

Boerderij B stond op de plaats van het huidige Zuidzijde 57, direct naast A. Jan Thomas Beijen kocht de boerderij in 1794 in aanvulling op zijn andere bezittingen in Bodegraven. Ook deze boerderij werd in 1828 geërfd door Pieter Beijen en ook deze was verpacht aan een niet-familielid. Later werd Jan van Hof, de man van een dochter van Gerrigje Beijen (10.10), de pachter. Bij de hierboven genoemde veiling in 1862 kocht Jan van Hof de boerderij, die later de naam Bloemhof droeg. Hij bleef eigenaar tot 1883; daarna woonden en werkten er andere boerenfamilies.

Deze foto van boerderij B ('Bloemhof') is rond 1912-1916 gemaakt door de fotograaf Eduard Sanders (1886-1942). Het is niet bekend wie de mensen op de foto waren. Vanaf 1884 woonden er de veehouder Cornelis de Gier en zijn vrouw Cornelia van Schaik, die respectievelijk in 1913 en 1914 overleden. Vanaf 1914 werd de boerderij bewoond door de veehouder Arie Koster.
De foto is met toestemming overgenomen van de website over het werk van Eduard Sanders.

Boerderij C

De Historische Kring Bodegraven kwam in 2016 in het bezit van een stempel dat door Cornelis Beijen was gebruikt. 'Bouwman' was een iets deftiger aanduiding van een boer. De plaatsnaam werd vroeger wel vaker geschreven als 'Bodegrave'.
Cornelia Beijen-Oskam, de weduwe van Gerrit Beijen (10.9), kocht in 1857 boerderij C, op de plaats van het huidige Zuidzijde 63. De boerderij heette naar de vorige eigenares Henriette Johanna. De bijbehorende landerijen grensden destijds direct aan die van boerderij D, waar Cornelia zelf woonde. In 1867 vertrok de pachter van C en ging Cornelia's zoon Cornelis Beijen (11.22) er met zijn gezin wonen.
Cornelis noemde de boerderij Pro et Contra. Bij de boedelverdeling het overlijden van na zijn moeder in 1875 werd hij de eigenaar. Na het overlijden van Cornelis in 1888 werd de boerderij, net als boerderij N, gezamenlijk eigendom van twee van zijn zoons: Pieter (12.51) en Johannes (12.52) Beijen. In 1891 verdeelden Pieter en Johannes die twee boerderijen en kreeg Johannes Pro et Contra. Johannes verkocht de boerderij in 1918 aan een niet-familielid.

Boerderij D

Bij een veiling in 1799 kocht Jan Thomas Beijen boerderij D, op de plaats van het huidige Zuidzijde 69. Hij verhuurde de boerderij later aan zijn dochter Jacoba Beijen (10.2) en haar man Floris Oskam. Bij de verdeling van de boedel van Jan Thomas in 1828 werd boerderij D niet toegewezen aan Jacoba, maar aan haar broer Gerrit Beijen (10.9), die eerst in boerderij F woonde.
Na het overlijden van Gerrit in 1837 zette zijn weduwe Cornelia Beijen-Oskam met enkele van haar zoons het boerenbedrijf voort (zie ook de pagina Gerrit Beijen, Cornelia Oskam en hun kinderen). Nadat Cornelia in 1875 was overleden werd Beijen-Zorg, zoals boerderij D inmiddels heette, toebedeeld aan haar zoons Jan Thomas (11.15) en Floris (11.18) Beijen. Na het overlijden van Jan Thomas in 1882 werd Floris enig eigenaar.
Op de pagina Floris Beijen uit Bodegraven wordt verteld wat er na het overlijden van Floris in 1901 met Beijen-Zorg gebeurde: Floris had gewild dat een van zijn vele neven en nichten de boerderij zou overnemen, maar via een omweg werd toch een niet-familielid eigenaar.

Boerderij E

In 1804 kocht Jan Thomas Beijen de naast D gelegen boerderij E, het huidige Zuidzijde 70. Hij verhuurde hem later aan zijn dochter Gerrigje Beijen (10.10) en haar man Jan Blom. Bij de boedelscheiding in 1828 werd de boerderij toegewezen aan een andere dochter, Lijsje Beijen (10.11), die getrouwd was met Johannis Bos.
Johannis overleed in 1836, Lijsje in 1853. Bij de boedelscheiding werd de boerderij toebedeeld aan twee van hun kinderen, Willem en Aletta Bos. Ze verkochten hem in 1860 aan een niet-familielid.
In 1871 kwam de boerderij weer terug in de familie: hij werd gekocht door Cornelis Beijen (11.22), wiens inmiddels overleden vrouw Johanna Bos een dochter was van de vroegere eigenaren Lijsje Beijen en Johannis Bos. Cornelis bleef op boerderij C wonen en verpachtte E aan anderen.
Bij de boedelscheiding na het overlijden van Cornelis in 1888 werd boerderij E, die inmiddels de naam Voorzorg droeg, toebedeeld aan zijn zoon Gerrit Beijen (12.48). Ook hij verpachtte de boerderij.
Later, waarschijnlijk omstreeks 1913, werd de voorgevel van de boerderij vervangen en werd er een zomerhuis bij gebouwd. De rest van de boerderij is vermoedelijk eeuwenoud.
Nadat Gerrit in 1915 was overleden werd Voorzorg toebedeeld aan diens jongste zoon Floris Beijen (13.76). Floris verkocht de boerderij in 1918 aan een niet-familielid.
Omstreeks 1935 leidde de aanleg van de A12 tot een herverkaveling, waarbij boerderij E voor de derde keer in handen van een Beijen-nakomeling kwam. Bart Spruijt, de bewoner van boerderij G en een zoon van Elisabeth Spruijt-Beijen (12.46), kreeg E als compensatie voor het land dat hij had moeten afstaan. Hij verhuurde de boerderij aan pachters.

Hierboven een ander fragment van een kadastrale kaart van Bodegraven uit 1832. Deze keer is het noorden links en het oosten boven. Op het perceel 594 staat boerderij E aangegeven en op 606 boerderij F. Beide boerderijen lagen iets naar achteren ten opzichte van de Rijndijk. In 1866 werd boerderij F afgebroken en werd aan de Rijndijk op het perceel dat in 1832 het nummer 610 had de nieuwe boerderij G gebouwd.

De boerderijen F en G

Zoals het kaartje hierboven laat zien stond boerderij F pal naast E. Jan Thomas Beijen kocht die boerderij in 1792. Bij de boedelscheiding in 1828 werd F net als E toebedeeld aan Lijsje Beijen en Johannis Bos. De boerderij kreeg de naam Boslust.
Omstreeks 1865 verkochten de erfgenamen van Lijsje en Johannis de boerderij met de bijbehorende grond aan de koopman Johannes Theodorus Cocx. Hij liet de bestaande bebouwing slopen en een nieuwe boerderij bouwen die veel dichter bij de Rijndijk stond. De nieuwe boerderij, die de naam Raadwijk kreeg, wordt op het eerste kaartje op deze pagina aangeduid met G. Het huidige adres is Zuidzijde 71.
In 1912 kwam de boerderij weer terug in de familie Beijen toen de kinderen Cocx de boerderij met de landerijen verkochten aan de bij E genoemde Elisabeth Spruijt-Beijen, een kleindochter van Lijsje Beijen en Johannis Bos. Haar zoon Bart Spruijt werd na het overlijden van Elisabeth eigenaar van de boerderij. Hieronder staat een wat oudere foto van de hoeve Raadwijk, gemaakt in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


De boerderijen H en I

Jan Thomas Beijen werd in 1792 bij de boedelscheiding van zijn schoonouders Maarten van den Bos en Gerrigje van der Lee eigenaar van boerderij H, op de plaats van Zuidzijde 77. Bij de verdeling van de nalatenschap van Jan Thomas in 1828 erfde zijn zoon Maarten Beijen (10.4), deze boerderij, die hij al van zijn vader had gehuurd.

Ook op dit kaartje uit 1832 is het noorden links en het oosten boven. Boerderij H stond op het perceel 669. Daarbij hoorden de percelen 667, 684 en 683 en alles tot meer dan een kilometer ten zuiden daarvan, plus de daartegenover liggende grond aan de noordkant van de Rijndijk. In 1878 werd op perceel 684 de nieuwe boerderij I gebouwd.

Nadat Maarten in 1834 overleed werd het boerenbedrijf voortgezet door zijn weduwe Maggeltje Boele, samen met enkele van haar kinderen. Na het overlijden van Maggeltje in 1858 werd de boerderij toebedeeld aan haar vier ongehuwde kinderen Jannegje (11.5), Jan Thomas (11.7), Cornelis (11.9) en Willem (11.10) Beijen.
Zoals al vermeld werd op de pagina over de subtak Maarten woonden er op de boerderij ook twee kleinkinderen van Maggeltje die jong wees waren geworden: Aaltje en Maarten van Briemen. Aaltje (met haar man Pieter Ruitenburg) en Maarten van Briemen kwamen het meest in aanmerking om het bedrijf voort te zetten. Voor Aaltje en Pieter werd in 1878 een tweede boerderij gebouwd. Die nieuwe boerderij, die op deze pagina aangeduid wordt als I, is het huidige Zuidzijde 85.
Toen in 1890 de nalatenschap van hun ooms en tante werd verdeeld, kreeg Maarten van Briemen de westelijke helft van de voorouderlijke grond met boerderij H in eigendom, en kregen Aaltje en haar man de oostelijke helft met boerderij I.
Boerderij H werd in 1936 door een zoon van Maarten van Briemen verkocht aan de familie Potuyt. De voorouderlijke boerderij is bij een grote brand in de nieuwjaarsnacht van 1984 geheel verloren gegaan. Nadien is er een nieuw pand gebouwd.
Boerderij I bestaat nog steeds, maar hij heeft geen agrarische bestemming meer.

Toen een van de latere eigenaren het zomerhuis naast boerderij I veranderde in een garage, ging dat ten koste van een deel van de voorgevel. Tot enkele jaren geleden was boven de garagedeur een wit houten bord met een rode rand bevestigd met daarop in zwarte letters de naam BEIJENVELD. De huidige eigenaar van Zuidzijde 85 heeft de voorgevel zo veel mogelijk in oude staat teruggebracht. Het houten bord bevindt zich nu bij de familie van de inmiddels overleden Herman van der Vlist, de schilder die het bord enkele tientallen jaren geleden heeft gemaakt.
Het is onbekend of er altijd een opschrift Beijenveld op of bij de boerderij is geweest. Er is wel een notariŽle akte uit 1857 waarin de oorspronkelijke boerderij van Maarten Beijen werd aangeduid als de Hofstede Bijeveld.

Boerderij J

Pieter Beijen (10.12), die al eigenaar was van de boerderijen A en B en ook van onroerend goed in Benschop en andere gemeenten, kocht in 1846 op een openbare verkoping ook boerderij J, het huidige Zuidzijde 101. Bij de veiling in 1862, na het overlijden van zowel Pieter als zijn echtgenote, werd de boerderij gekocht door de pachter, Teunis Verbree. Net als de koper van boerderij B was hij getrouwd met een dochter van Gerrigje Beijen (10.10) en dus een aangetrouwde neef van Pieter.
De boerderij heeft geen agrarische bestemming meer en staat nu bekend als partycentrum De Vliethoeve.
De naam Vliethoeve verwijst naar de Molenvliet, het ernaast gelegen water tussen de molen van de Zuidzijderpolder en de Rijn. Het buurtschapje rond de boerderijen H, I en J stond bekend als Molenbrug.

De boerderijen K, L en M

Op de luchtfoto hiernaast zijn drie boerderijen te zien aan de westkant van de uit 1673 daterende Wierickerschans. Van boven naar beneden zijn dat Zuidzijde 126, 127 en 128. Tegenwoordig heeft alleen K nog een agrarische functie: L is een woonboerderij en M een tentenverhuurbedrijf.
Bij een veiling in 1858 werd namens de al eerder genoemde Cornelia Beijen-Oskam, de weduwe van Gerrit Beijen (10.9), de boerderij gekocht die op de plaats van L stond. K en M bestonden toen nog niet, en alle grond hoorde bij boerderij L.
In 1862 vertrok de pachter en kwam Cornelia's zoon Jilles Beijen (11.16) met zijn gezin op de boerderij. Bij de boedelverdeling na het overlijden van Cornelia in 1875 werd Jilles eigenaar van de boerderij.
In de jaren daarna liet Jilles Beijen er nog twee boerderijen bij bouwen: K voor zijn zoon Cornelis (12.38) en M voor zijn dochter Willemina (12.39), die getrouwd was met Gerrit Rosenboom. De laatstgenoemde boerderij kreeg de naam Willeminahoeve. De middelste boerderij, die later herbouwd werd, werd overgenomen door zijn zoon Jan Thomas (12.44).
Boerderij K werd in 1923 na het overlijden van Cornelis, die ongetrouwd was gebleven, op een openbare veiling verkocht.
Boerderij L werd een jaar eerder ondershands verkocht: de beide zoons van Jan Thomas waren kaashandelaar en hadden geen belangstelling voor de boerderij.
In beide gevallen was de koper een niet-familielid.
Boerderij M is nog tot omstreeks 2009 eigendom gebleven van nakomelingen van Gerrit Rosenboom en Willemina Beijen.

Boerderij N

In 1886 kocht Cornelis Beijen (11.22), die toen op boerderij C woonde, op een veiling een boerderij die bij wijze van uitzondering niet aan de Zuid-, maar aan de Noordzijde lag: Eben Haeser. Op het bovenste kaartje op deze pagina wordt de boerderij aangeduid met de letter N.
Nadat Cornelis in 1888 was overleden, werd de boerderij aanvankelijk samen met C toebedeeld aan zijn zoons Pieter (12.51) en Johannes (12.52). In 1891 verdeelden Pieter en Johannes de twee boerderijen en kreeg Pieter boerderij N.
Pieter heeft jarenlang op de boerderij gewoond en gewerkt. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Cornelis (Cor) Beijen (13.77), die geen kinderen had en in 1984 overleed. Het grootste deel van het land en een deel van de boerderij is daarna aan anderen verkocht, maar het oudste gedeelte van de boerderij is nog altijd nog in het bezit van familieleden.

Boerderij O

Johannes Beijen (12.52) (roepnaam Hannes), die al genoemd werd bij C en N, kocht in 1924 boerderij O. Die lag ook aan de Noordkant van de Rijn, maar een stuk verder naar het westen, in Buitenkerk, het deel van Bodegraven ten noordwesten van de dorpskern. Hannes, die ongetrouwd was en geen kinderen had, overleed al twee jaar later, in 1926. De boerderij werd geërfd door de bij E en F/G genoemde Bart Spruijt, een zoon van zijn zuster Elisabeth.
Op een deel van de grond die bij de boerderij hoorde werd in 1938 het nog steeds bestaande zwembad De Kuil gebouwd. Op een ander deel van de grond werd eind jaren 50 en begin jaren 60 de Vijverlaan aangelegd.

Jilles Beijen over de Beijen-boerderijen in Bodegraven
In 1943 schreef Jilles Beijen, de hoofdpersoon van de pagina Jilles Beijen (1879-1954), een grote Bodegraver, een brief aan burgemeester Vonk van Bodegraven. Hij bood daarin een aantal familiestukken aan voor het archief van de gemeente. In zijn brief ging hij ook in op de Beijen-boerderijen. Hieronder de brief met daarnaast wat toelichting.

De toenmalige burgemeester van Bodegraven, Gerrit Rokus Vonk, was een 'goede' burgemeester in oorlogstijd. Hij werd in december 1944 na een conflict met de Duitsers gearresteerd en vermoord.




















Op de pagina Artikelen staat een link naar het artikel 'Een familieruzie tot bij de Hoge Raad'.



De door Jilles Beijen genoemde kapitale boerderij was de in 1857 aangekochte boerderij C.






Hier wordt gedoeld op Jan Thomas Beijen (11.15), die genoemd wordt op de pagina Gerrit Beijen, Cornelia Oskam en hun kinderen.





De boerderij achter de Wierickerschans, waar Jilles' grootvader Jilles Beijen (11.16) woonde, was boerderij L.

Later liet hij aan weerszijden daarvan de boerderijen K en M bouwen.



De boerderijen bij de Molenbrug waren H (waar later I naast gebouwd werd) en J.

De hier genoemde kapitale boerderij, waar Gerrit Beijen en Cornelia Oskam en later enkele van hun zoons woonden, was D.
Het verhaal over de effectendiefstal staat op de pagina Floris Beijen uit Bodegraven.

De boerderij van Cornelis Beijen was C.

De boerderij van de later naar Leiden vertrokken Maarten Beijen was A.

De boerderij van Pieter Beijen aan de Noordzijde was N.


De voorspelling van Jilles is uitgekomen. Er is niemand meer in Bodegraven met de naam Beijen, al zijn er wel veel Bodegravers met Beijen-voorouders.

Een boek over de Zuidzijde
In 2013 verscheen het boek 'Zuidzijde - De weg naar Fort Wierickerschans in historisch perspectief'. Het is geschreven en samengesteld door Henny van Leeuwen-van Rijn en uitgegeven door de Stichting Historische Kring Bodegraven. Aan bijna alle boerderijen en huizen aan de Zuidzijde wordt in het boek aandacht besteed, niet alleen met tekst, maar ook met oude foto's van zowel de huizen als de bewoners.
De naam Beijen wordt op veel plaatsen in het boek genoemd. Er wordt ook aandacht besteed aan de hierboven genoemde brief van Jilles Beijen uit 1943.

De wijk Beijenveld in Bodegraven
Uit het bovenstaande blijkt dat ten minste twee boerderijen in Bodegraven de naam Beijenveld of een variant daarvan droegen: A en I.
Tegenwoordig heeft zelfs een hele wijk in Bodegraven die naam. Op 20 november 1997 besloot de gemeenteraad om de nieuwe wijk Zuidzijde, waarin de straten Kapberg, Koetshuis, Landlust, De Werf en De Bleek liggen, de naam Beijenveld te geven. In het voorstel dat burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad deden staat ter toelichting: "Naar een toenmalige grondeigenaar".
Dit besluit lijkt helaas in Bodegraven wat in de vergetelheid te zijn geraakt: er wordt meestal gesproken over de "wijk Zuidzijde". In een brief van het college van 29 januari 2002 werd benadrukt dat het besluit uit 1997 wel is blijven gelden.


   De volgende pagina

De voorpagina
Het inhoudsoverzicht

De bovenkant van de pagina
Zoeken op deze website

Reacties of vragen