| Bijz.: | | | De traditioneel
moeizame openingswedstrijd van een groot toernooi won Nederland op de nipper. De eerste helft liet tegenstander Tsjechië
Oranje komen, tot ongeveer 35 meter van het doel. Vanaf daar wierpen ze een grote muur op, waar met het baltempo van
Nederland niet door te komen was. Maar vooral het eerste halfuur was het Nederland dat de klok sloeg. Na rust veranderde
het spelbeeld totaal. Tsjechië werd brutaal en voetbalde er rustig op los. De hoge ballen op Koller werden keurig
doorgekopt en bijvoorbeeld Nedved kon er dan prima weer mee verder. Tsjechië creëerde kans op kans, waarvan
sommige de lat en de paal troffen. Van der Sar, Frank de Boer en Jaap Stam bleven rustig. Maar de rest van Nederland
speelde zeer warrig. Jaap Stam raakte geblesseerd na een botsing tegen een ander hoofd, zijn oogleden werden ter plekke
met acht hechtingen gehecht, waar we ook drie shots van mochten zien - dank aan Martijn Lindenberg. Omdat de bikkel uit
Kampen alleen maar een beetje wazig zag en pijn had wilde hij wel weer doorspelen, maar Rijkaard vond dat onvoorzichtig
en Konterman moest erin. Eén van de zeldzame uitbraken van Nederland, via een voorzet vanaf de flank van invaller
Overmars, werd beloond met een strafschop van scheidsrechter Collina. Een andere invaller, Ronald de Boer, kreeg de pass
buiten bereik, maar liet wel goed blijken dat hij door Jiri Nemec aan het shirt werd getrokken - penalty. Veel mensen
vinden dit een discutabele strafschop, maar dat is niet waar. In het scheidsrechtershoofdkwartier van de UEFA is juist
besproken dat shirtje-trekken nu altijd als een overtreding geldt. Hoe dan ook, aanvoerder Frank de Boer hield het hoofd
koel en bezorgde Oranje de eerste drie punten, misschien wel op weg naar de tweede EK-titel.
|