|
|
Ik heb dit artikel ingeleverd als een scriptie voor geschiedenis en een vervangende opdracht voor gym. Laten de meneren Prins en Van Montare dit maar niet lezen.
Bij gym kreeg ik een vinkje en bij geschiedenis een 7½.
Inhoud
Inleiding
Hoofdvraag
Deelvraag 1: Wat wilde de oprichter van de moderne Olympische Spelen bereiken?
Deelvraag 2: In welke gevallen zijn de Spelen gebruikt om de macht van het regime van een land te benadrukken?
Deelvraag 3: Wanneer zijn er landen uitgesloten van deelname vanwege hun rol in oorlogen en onderdrukking?
Deelvraag 4: Wanneer zijn er Olympische boycots geweest om onvrede over een politieke ontwikkeling te uiten?
Deelvraag 5: Zijn er ook terroristische groepen geweest die de Olympische Spelen gebruikten om aandacht te krijgen?
Deelvraag 6: Hoe komt het dat de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn vrijelijk konden worden gebruikt voor nazi-propaganda?
Deelvraag 7: Hoe zou het IOC volgens de filosofie van De Coubertin moeten omgaan met politieke invloeden in de Olympische Spelen?
Antwoord op de hoofdvraag
Bronvermelding
Inleiding
De Olympische Spelen zijn het grootste sportevenement ter wereld. Het is niet goed te schatten, maar er schijnen meer dan een miljard mensen tv-beelden van de Olympische Spelen te zien te krijgen.
De eerste mensen die zich met sport bezighielden, leefden 3000 jaar voor Christus in Mesopotamië. Er werden op kleine schaal worstelwedstrijden georganiseerd, waarvan korte beschrijvingen zijn gevonden op kleitabletten. Sommige historici noemen de Mesopotamiërs het eerste volk dat zich niet alleen maar met overleven hoefde bezig te houden. Als mensen tijd voor andere dingen krijgen, willen ze kennelijk hun krachten meten met anderen. In het begin deden ze dat met de krachtsporten hardlopen, worstelen en gewichtheffen, en later kwamen daar vaardigheidssporten zoals boogschieten en paardrijden en nog later zelfs balsporten bij.
In de moderne westerse samenleving zijn duizenden en duizenden sporter van beroep, en zo ongeveer de rest van de bevolking slaat ze gade in stadions of op tv en leest over ze in de kranten. "Sport is de belangrijkste bijzaak in het leven", zegt Herman Kuiphof, die zijn hele leven lang zijn brood heeft verdiend met het beschrijven en becommentariëren van verschillende sporten. Als een land het wk voetbal wint, geeft dat een economische opleving, omdat vanwege een injectie van zelfvertrouwen consumenten meer consumeren en ondernemers meer investeren. In de moderne economie, die is gericht op winstverwachting, kunnen nationalistische gevoelens en identificatie met sportende landgenoten leiden tot omhoog buigende grafieken.
Sport leidt tot verbroedering, wordt veel gezegd...
Hoofdvraag: Lenen de Olympische Spelen zich voor het bedrijven van politiek?
...maar de grote internationale aandacht die op de Spelen is gericht, maakt het evenement voor allerlei groepen aantrekkelijk om die aandacht dan op hun probleem te vestigen. In het verleden hebben organiserende landen hun gastheerschap gebruikt voor propagandadoelen, zijn er bomaanslagen en gijzelingen geweest van terroristische groepen, en hebben landen hun sporters gedrogeerd ter meerdere eer en glorie van het regime.
Deelvraag 1: Wat wilde de oprichter van de moderne Olympische Spelen bereiken?

Pierre de Coubertin in vol ornaat
De Olympische Spelen zijn aan het einde van de negentiende eeuw nieuw leven ingeblazen met een hele idealistische theorie voor ogen. Pierre de Frédy de Coubertin (1863-1937) was een Franse baron die wordt beschouwd als de bedenker van het Modern Olympisme, een bepaalde levensfilosofie. Het Modern Olympisme gaat uit van de wilskracht van de mens, en de kwaliteiten van lichaam en geest. Het Olympisme stimuleert een manier van leven die gebaseerd is op het plezier in inspanning. Zonder enige vorm van discriminatie zouden alle mensen de kans moeten krijgen om zich te ontplooien. De Olympische geest stimuleert een evenwichtige ontwikkeling van de mensen op drie gebieden, namelijk op sportief, cultureel en educatief vlak. Zo hoopten de Olympiërs een vreedzame wereld te creëren, op basis van vriendschap en solidariteit.
Pierre de Coubertin en zijn volgelingen wilden dus meebouwen aan een vreedzame en betere wereld, en wel door middel van een groot internationaal sportevenement. Als mensen, en vooral jongeren, uit verschillende landen elkaar eens in de zoveel tijd zouden tegenkomen, zouden ze elkaar leren respecteren. Uit al die kreten kun je concluderen, dat het niet de bedoeling was van de moderne Olympiërs als landen of andere groepen juist via de Spelen conflicten probeerden uit te vechten.
De baron was bijzonder geïnteresseerd in de grote opgravingen die in die tijd door mannen zoals Schliemann en Dörpfeld werden verricht, en raakte geïnspireerd door de Olympische Spelen van de oudheid.
Volgens sommige bronnen zijn de eerste Olympische Spelen gehouden in het jaar 776 voor Christus, maar er wordt aangenomen dat er nog voor dat jaartal soortgelijke spelen plaatsvonden. Er stonden verspringen, speerwerpen, discuswerpen en verschillende nummers hardlopen op het programma. Later werden daar nog vuistvechten, wagenrennen en een vorm van vrijvechten aan toegevoegd. De festiviteiten rond de plaats Olympia duurden tussen de drie en vijf dagen. In het jaar 394 werden de Spelen afgeschaft door de Romeinse keizer Theodosius I, die het maar een heidens gebruik vond.
Uiteindelijk lanceerde De Coubertin zijn plan op 25 november 1892 met een toespraak in de Parijse Sorbonne-universiteit. Vier jaar later werden in Athene de eerste moderne Spelen gehouden.

De officiële aankondigingsposter van de eerste moderne Olympische Spelen, in 1896 in Athene
Eerder in de negentiende eeuw waren initiatieven genomen om opnieuw Olympische Spelen te houden. De ideeën van De Coubertin waren het meest doordacht en met het meeste enthousiasme gebracht van allemaal. Hij stelde voor om net als in de oudheid elke vier jaar een sportevenement met verschillende onderdelen te houden, maar dan elke keer in een ander land. Ieder land mocht meedoen, en er mocht niet worden gekeken naar politieke overtuiging of uiterlijke verschillen.

De Olympische ringen
De Olympische beweging kende een aantal symbolen en spreuken. Pierre de Coubertin himself ontwierp de Olympische vlag, met vijf in elkaar verstrengelde ringen, die de verschillende continenten voorstellen. Vanaf 1920 werd dit symbool gebruikt. Het Olympisch vuur staat voor 'de eeuwige strijd van de mens om tot eenheid en verbondenheid te komen'. Sinds de Spelen van 1936 wordt het Olympisch vuur met behulp van zonnestralen ontstoken in Olympia en in een estafetteloop naar de plaats waar van de Spelen gebracht.
Het ging voor de oprichters van de Spelen ook wel om de prestaties, maar meedoen was voor de Olympiërs belangrijker dan winnen. Dat illustreren de twee Olympische motto's.
Citius, Altius, Fortius (sneller, hoger, sterker) was een fraaie trikolon van de Franse dominee Henri Didon, die veel invloed op baron De Coubertin had.
Een andere spreuk geeft de ware Olympische gedachte het beste weer. De Amerikaanse bisschop Ethelbert Talbot schreef deze woorden, die bij de openingsceremonie van elk Olympisch toernooi weer van stal worden gehaald: 'Het belangrijkste bij de Olympische Spelen is niet het winnen maar het deelnemen, zoals het in het leven niet begonnen is om te veroveren, maar om het leveren van goede strijd'.
Deelvraag 2: In welke gevallen zijn de Spelen gebruikt om de macht van het regime van een land te benadrukken?
Ten tijde van de Olympische Spelen van Stockholm in 1912 wilden twee gebieden in Oostenrijk-Hongarije een eigen Olympische ploeg afvaardigen. Na maandenlang gesteggel kreeg Bohemen geen toestemming van de regering in Wenen, maar Hongarije mocht wel een eigen ploeg naar Zweden sturen.
Kennelijk voelden de Bohemers en Hongaren zich niet verwant genoeg met de Oostenrijkers en wilden ze om hun eigen nationalistische gevoelens te uiten in ieder geval op het sportieve vlak onafhankelijk zijn van Oostenrijk.
Een zelfde soort probleem deed zich voor in Rusland. Finland wilde zijn eigen sporters afvaardigen, maar dat vond Sint-Petersburg geen goed idee. De uitkomst was uiteindelijk dat bij een Finse overwinning de Russische vlag zou worden gehesen, maar dan met een Finse wimpel erboven. Uiteindelijk wonnen de Finnen negen gouden medailles, en de rest van Rusland geen enkele.
Anno 2002 zijn zowel Hongarije als Finland al jarenlang soevereine staten.
Bij de eerste Olympische Spelen van na de Tweede Wereldoorlog (Londen, '48) wilden zionistische Israëliërs een eigen Olympisch ploegje. David Ben Goerion had op 14 mei van dat jaar de staat Israël uitgeroepen en door het 'zionistisch kolonialisme' en de oorlog met de omringende landen hadden de joden daar weinig vrienden gemaakt. Israël werd toen de spelen aanvingen nog niet alom erkend als land, maar het werd gezien als een deel van het al erkende IOC-land Palestina. Bovendien dreigden de meeste Arabische landen de Spelen in Londen te boycotten als "de zionistische vlag boven het Olympisch strijdperk zou wapperen" (en ik citeer een woordvoerder van de Syrische regering). Dat zou namelijk een vorm van erkenning van de Israëlische staat hebben betekend.
Deelvraag 3: Wanneer zijn er landen uitgesloten van deelname vanwege hun rol in oorlogen en onderdrukking?
Na de Eerste Wereldoorlog moest het Internationaal Olympisch Comité beslissen of er landen moesten worden uitgesloten van deelname aan de Spelen in Antwerpen in 1920. Pierre de Coubertin, die nog steeds voorzitter van het IOC was, had als een van zijn hoofdprincipes dat Olympische sporters niets te maken hadden met de politiek van het land waar ze toevallig vandaan kwamen. Het IOC liet de beslissing maar over aan de Belgen. Die besloten dat de verliezers van de oorlog, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Turkije niet mee mochten doen.
In dit geval gebruikte het uitvoerend comité van de Belgen de beslissingsbevoegdheid die het van het IOC kreeg om het nationale oorlogstrauma af te reageren op de aanstichters van de oorlog. Aan de ene kant is dit niet zo vreemd, omdat het natuurlijk gevoelig lag om mogelijke oud-soldaten die enkele jaren eerder op Belgisch grondgebied gevochten hadden te zien sporten, zeker als het om de vijand ging. Er zijn in de Eerste Wereldoorlog 13.716 Belgische soldaten gesneuveld en rond de 80.000 burgerslachtoffers gevallen, en de gevechtsfronten van de loopgraven sneden dwars door het Belgische land. De Duitse, Oostenrijkse, Hongaarse en Turkse sporters konden misschien niet zoveel aan hun nationaliteit doen, maar de Belgen vonden het onwenselijk om zich op het sportveld te meten met onderdanen van de aanstichters van 37½ miljoen doden.

De poster van de Antwerpse Spelen van 1920
Het is wel begrijpelijk dat België geen zin had in vijanden over de vloer, maar deze politiek stond natuurlijk haaks op het sportieve gedachtegoed van de grote man De Coubertin. De toenmalige IOC-voorzitter had het dilemma vanuit zijn eigen filosofie moeten oplossen en in plaats van de Belgen het IOC-bestuur moeten laten beslissen. Misschien was het in het begin even moeilijk geweest om de oude vijanden binnen de stadionmuren terug te zien, maar een verzoening op het sportveld had een deel van de bestaande spanningen tussen de verschillende kampen kunnen wegnemen. Een paar krantenfoto's van met medailles behangen Engelsen en Duitsers die elkaar op het podium de hand schudden hadden wellicht wonderen kunnen doen voor de internationale relaties.
Wie weet was de Tweede Wereldoorlog dan nooit uitgebruiken - al gaat het natuurlijk nogal ver om dat te veronderstellen. Hoe Duitsland in 1936 door het IOC (uiteindelijk toch maar) zachtjes op de vingers werd getikt vanwege de Unfreiheit in het toenmalige nazi-bewind komt in de deelvraag 6 aan de orde.
In de jaren voor de Olympische Spelen van 1960 in Rome werd het apartheidsprobleem in Zuid-Afrika besproken op de IOC-vergadering. Het (uiteraard blanke) Zuid-Afrikaanse IOC-bestuurslid Honey moest uitleggen waarom er geen zwarte sporters in de Olympische ploeg zaten, hoewel er natuurlijk veel minder blanke dan zwarte Zuid-Afrikanen zijn. Hij kwam met de smoes dat de zwarte bevolking zich nog maar enkele jaren met sporten bezighield, en dat ze vanzelfsprekend aan de ploeg zouden worden toegevoegd als ze het Olympisch niveau zouden halen. De Spelen van Rome haalde Zuid-Afrika wel, maar vanaf 1963 werd Zuid-Afrika langdurig geschorst. Volgens het Olympisch erfgoed is deze schorsing gelegitimeerd, omdat het hier niet alleen gaat om een regering die zich misdragen had, maar een nationaal Olympisch comité dat een bepaalde groep mensen de kans onthield om op internationaal niveau te sporten.
Deelvraag 4: Wanneer zijn er Olympische boycots geweest om onvrede over een politieke ontwikkeling te uiten?
Door de jaren heen is er heel wat afgeboycot. In 1920 sloten de Belgen de verliezers van de Eerste Wereldoorlog uit, in 1936 wilden de Verenigde Staten aanvankelijk niet meedoen in Berlijn (zie ook deelvraag 6), in 1948 dreigden verschillende Arabische landen niet mee te doen als Israël meedeed, maar in 1956 vond een van de meest massale boycots plaats.
De Spelen van 1956 speelden zich in de Australische lente af. Juist toen de openingsceremonie in Melbourne bijna zou beginnen, viel het Russische leger op 23 oktober 1956 Hongarije binnen, om de volksopstand in Boedapest neer te slaan. Er was een grote beweging ontstaan die zich los wilde maken van het Oostblok. De Hongaren hadden genoeg van de onderdrukking van de Sovjets. Dat loste het Rode Leger wel even op, want binnen de kortste tijd rolden de Russische tanks door de straten van Boedapest, waar de oproer bloedig werd neergeslagen.
De (westerse) wereldgemeenschap reageerde woedend op deze Sovjetinterventie. Dit was natuurlijk een bevestiging van de dubieuze satellietstatenpolitiek van de Sovjets. Nederland, Spanje en Zwitserland hadden even geen zin meer en bleven thuis.
Jaren na het incident kan Herman Kuiphof er zich nog kwaad over maken. De oud-tv-commentator was destijds chef-sport van de Haagsche Courant, en is tegenwoordig 82 jaar oud. Twee jaar geleden mocht ik samen met een klasgenoot bij hem op bezoek komen voor een gesprek in zijn riante bejaardenflat in Soestdijk, voor een opdracht voor het vak Nederlands. In een column (al heette dat toen nog niet zo) viel Kuiphof de Nederlandse boycot bij, terwijl het hoofdredactioneel commentaar diezelfde dag juist onderbouwde waarom Nederland gewoon moest gaan. Dat leverde nog een flinke ruzie op met hoofdredacteur J.A.A. van Doorn (ik heb de aantekeningen van het interview goed bewaard), maar uiteindelijk werden de twee tegengestelde artikelen allebei geplaatst.
In 1980 mocht Moskou de Spelen organiseren. In december 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen. De toenmalige Amerikaanse president, Jimmy Carter, reageerde daar meteen op door te verklaren dat de Verenigde Staten niet mee zouden doen aan de Olympische zomerspelen van een halfjaar later. Bovendien werd op bijna alle andere landen in de westerse invloedssfeer een beroep gedaan om zich solidair aan de Afghanen (of gewoon tegen de Sovjets) op te stellen. Het Amerikaans Olympisch comité ging overstag voor de plannen van Carter, en uiteindelijk boycotten meer dan vijftig landen de Olympische Spelen van 1980. Onder andere Amerika, West-Duitsland, Japan en China waren afwezig. Nederland en Groot-Brittannië waren wel present, maar het politieke gebekvecht wierp natuurlijk een lelijke schaduw op het toernooi.
Deelvraag 5: Zijn er ook terroristische groepen geweest die de Olympische Spelen gebruikten om aandacht te krijgen?
Jazeker.
Op 28 november 1971 schoten vier zwaarbewapende jonge Palestijnen in Caïro de Jordaanse premier Wasj Tel neer. Enkele weken later werd een aanslag van de groep op de Jordaanse ambassadeur te Londen verijdeld. Er volgde in 1972 nog een serie aanslagen van de groep, die zich de Zwarte September noemde, vaak gevolgd door een vergelding van speciale Israëlische eenheden.
Een groot aantal Palestijnen was vanwege de oorlogen in Israël naar buurlanden gevlucht. In Libanon en Jordanië leidde dat tot problemen, omdat in die landen zich extremistische groepen zoals de Fatah-beweging en de PLO begonnen te vormen, die aanvankelijk vooral gewoon ongecontroleerde gewapende bendes waren. Ze begonnen de macht in de grotere steden naar zich toe te trekken en het Libanese en Jordaanse leger hadden geen greep op de Palestijnse rebellen. Waarschijnlijk vond de Zwarte September dat de Jordaanse regering te weinig in het werk stelde om het joodse volk in de zee te drijven en Palestina weer terug aan de Palestijnen te geven.
Op 5 september 1972 vielen acht terroristen van de Zwarte September het Olympisch dorp in München binnen. Ze schoten twee Israëlische sporters neer en namen elf anderen als gijzelaars. Bijna een etmaal later mondde een poging van de Duitse politie om de Israëli's te bevrijden uit in een bloedbad. In een vuurgevecht werden vijf gijzelnemers, negen Israelische atleten en een Duitse politieagent gedood.
De beelden van de gemaskerde terroristen gingen de wereld over, en het drama tastte het gevoel van veiligheid van de Olympische sporters flink aan, vooral tijdens het toernooi in München. Dit was natuurlijk een groot dieptepunt in de Olympische geschiedenis, en het schrikbeeld van de Olympisten. Nog nooit eerder werden sport en politiek op zo'n manier door elkaar gehaald.
Deelvraag 6: Hoe komt het dat de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn vrijelijk konden worden gebruikt voor nazi-propaganda?
Adolf Hitler was in 1936 net drie jaar aan de macht als rijkskanselier, toen de Olympische Spelen zich aandienden.
In het buitenland was het wel bekend dat destijds in Duitsland de joden werden bedreigd en gediscrimineerd, en daarom gingen in enkele landen stemmen op om de spelen te boycotten. Zo leek het er een tijdje op dat er geen Nederlandse sporters naar Berlijn zouden afreizen, maar Nederland besloot toch maar mee te doen. Over het wikken en wegen van het Nederlands Nationaal Olympisch Comité is vrijwel niets bekend, maar misschien heeft het het argument gehanteerd, dat Olympische Spelen nooit gebruikt zouden moeten worden voor boycotacties of andere politieke protesten.
In de Verenigde Staten was de lobby om niet te gaan sterker dan elders. Nadat de Duitse overheid onder die druk verklaarde dat joden in principe gewoon een plaats konden krijgen in de Duitse Olympische ploeg, nam het IOC daar toch genoegen mee. In praktijk bleek daar weinig van: in de hele Duitse équipe zat maar één half-jodin, die in allerijl werd toegevoegd aan de ploeg: de schermster Helène Mayer. Een andere concessie van de kant van de nazi-partij - die aan de ene kant wilde laten zien hoe superieur het Duitse ras was, maar aan de andere kant dat het wel meeviel met de slechte behandeling van de joden - was het tijdelijk verwijderen van alle borden en aanplakbiljetten met antisemitische teksten uit Berlijn.
Bij de traditionele openingsceremonie werden niet alleen de bekende Olympische symbolen gebruikt, maar ook een aantal nazistische symbolen. De Olympische vlam werd per fakkel in estafette vanuit Griekenland naar het Reichssportfeld in Berlijn vervoerd. De laatste fakkeldrager liep daar tussen 110.000 in het gelid staande en de Hitlergroet brengende soldaten en toeschouwers door, terwijl de Hindenburg-zeppelin een gigantische nazi-vlag over het stadion drapeerde. Alle Olympische accommodaties waren voorzien van tientallen rode nazi-vlaggen met hakenkruisen. Hitler, Göring en Goebbels waren eregasten van de Olympische festiviteiten.
De rassenleer van Adolf Hitler schreef voor dat het Duitse ras het beste en sterkste was, en dat joden en negers minderwaardig waren, en ook fysiek en intellectueel zwakker. Hitler bekeek een groot aantal onderdelen van dichtbij. Na afloop van de wedstrijden feliciteerde hij de atleten en reikte de medailles uit. Het lijdt geen twijfel dat hij graag arische atleten sportende Untermenschen zag verslaan. Helaas voor hem werd juist een zwarte atleet de ster van het toernooi. De Amerikaan Jesse Owens greep vier gouden medailles en brak records op de 200 meter, het hoogspringen en de 4×100 m estafette. Hiermee maakte Owens Hitlers rassentheorieën nogal onwaarschijnlijk. Hitler weigerde Owens de hand te schudden.

Jesse Owens besluit op het erepodium maar te salueren bij het Amerikaanse volkslied, hij vindt de Hitlergroet toch niet zo gepast
Het is eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend dat in die tijd een organiserend land dat zich aan discriminatie van minderheden van alle kanten onder druk werd gezet. In een van de prominentste IOC-leden, de Verenigde Staten, was discriminatie en segregatie namelijk nog aan de orde van de dag, hoewel daar natuurlijk nooit minderheden van overheidswege zijn vervolgd. In veel staten hadden zwarten in de jaren dertig nog geen kiesrecht en moesten ze bijvoorbeeld achter in de bus zitten, en er zaten nog geen Afro-Amerikanen in het leger.
Deelvraag 7: Hoe zou het IOC volgens de filosofie van De Coubertin moeten omgaan met politieke invloeden in de Olympische Spelen?
Een organiserend land van een internationaal sportevenement zou niet de kans moet krijgen om zoveel nationalistische symbolen te tonen zoals Duitsland in 1936. Het IOC legde Duitsland geen strobreed in de weg om de nazi's propaganda te laten voeren. Het IOC wist ook wel dat de nazi-partij zich al halverwege de jaren dertig schuldig maakte aan binnenlands terreur tegenover minderheden, en dat de nazi's waar ze maar konden reclame voor zichzelf probeerden te maken.
Het IOC had in 1936 boycots zoals van de Verenigde Staten moeten proberen voorkomen, en had moeten toezien of het organiserende land het toernooi niet zou larderen met nationalistische uitingen. Die nazi-vlaggen en -liederen voegden namelijk niets toe aan het toernooi. Een land zou alleen een Olympisch toernooi moeten willen organiseren om in eigen land de sport te promoten, om de nationale sportcultuur in het buitenland te promoten of om reclame te maken voor de organiserende stad in het buitenland.
Natuurlijk gaat het organiseren van een Olympisch toernooi gepaard met veel kosten. In 1992, 1998, 2002 en 20061 moesten en moeten er zelfs speciaal voor de winterspelen ijshallen uit de grond worden gestampt, die daarna zelden nog gebruikt werden. Maar dat betekent nog niet dat de kosten die een land maakt gecompenseerd mogen worden met reclame voor een regime of het propageren van politieke ideeën.
Antwoord op de hoofdvraag
De Olympische Spelen lenen zich uitstekend voor het nastreven van politieke doeleinden. De Olympische geschiedenis is doorspekt met politieke incidenten. Vanwege de grote internationale belangstelling voor het grootste sporttoernooi ter wereld is het meerdere malen voorgevallen dat landen uit protest voor een gebeurtenis elders afzagen van deelname aan de Spelen. Zo'n actie staat garant voor grote internationale media-aandacht en zet de inwoners in het boycottende land aan het denken.
Natuurlijk zijn boycots, nationalistische uitingen of dopinggebruik niet de bedoeling van de Olympische Spelen. In veel gevallen heeft de sfeer van een Olympisch toernooi duidelijk geleden onder het politiek gekibbel van IOC-leden en staatshoofden die het nodig vonden om zich met de Spelen te bemoeien.
Verder gaat een dergelijke boycot natuurlijk ten koste van de sporters die op zo'n manier de Olympische Spelen missen. Voor Eric Heiden is het maar goed dat de Verenigde Staten niet ook de winterspelen van 1980 in het New Yorkse Lake Placid hebben geboycot. Dan had het leven van de legendarische schaatser er heel anders uitgezien. Heiden haalde goud op alle vijf afstanden van het langebaanschaatsen.
Bronvermelding
users.pandora.be/hans.d.hollander1/homepage/index.htm
www.aldaver.com
www.wikipedia.com
www.sport.nl
www.geocities.com/CapitolHill/Parliament/2587/black.html
Leidsch Dagblad
Herman Kuiphof, Soestdijk
Ruud Paauw, Kroniek Olympische Spelen, Amsterdam 1992
Susan Wells, The Olympic Spirit, San Francisco 1995
Sesam boeken, Sesam geïllustreerde/gealfabetiseerde encyclopedie, Baarn 1967
1 In respectievelijk Albertville, Nagano, Salt Lake City en Turijn. In 1994 (Lillehammer) werden de Olympische winterspelen overigens voor het eerst in een ander jaar gehouden dan de zomerspelen.
|
|