Voetbalartikelen

Adriaanse moet zich niet op de kast laten jagen

Klik hier als je geen blauwe balk boven ziet
27 september 2001

Toen Co Adriaanse anderhalf jaar geleden werd benoemd als de nieuwe trainer van Ajax, was hij de best mogelijke optie. Van Willem II had hij een heel aantrekkelijk spelende subtopper gemaakt, die zelfs de Champions League bereikte. Adriaanse mocht de ervaren Noorse verdediger Bergdlmo en de sterke Willem-II-middenvelder Galsek meenemen. De Amsterdamse trainer kreeg op de eerste persconferentie de lachers op zijn hand, door te zeggen dat Ajax voor n van de vijf eerste plaatsen op de ranglijst ging. Hij had een contract voor drie jaar getekend, en in die tijd moest Ajax n keer landskampioen worden. Adriaanse gunde zichzelf n seizoen om de selectie naar zijn hand te zetten.
   Dat deed hij ook. De ervaren middenvelders Richard Witschge en Aron Winter zette Adriaanse na een paar competitiewedstrijden aan de kant, omdat ze 'de ruimtes niet meer konden belopen'. Talent Rafael van der Vaart (nog maar 17) en eigen aankoop Tom Galsek belandden in de basis. Het team leek iets beter in evenwicht. Het grootste talent van het team, Jesper Grnkjr, mocht ook niet meer spelen na een conflict met de trainer, en vertrok in oktober voor veel geld naar Chelsea. Het leek erop dat Adriaanse in opdracht van het Ajax-bestuur een ruzie uitlokte met Grnkjr, om de jaarrekening weer in balans te brengen. Witschge mocht af en toe invallen om de overbelaste Van der Vaart te vervangen, en speelde dan ook goed. Winter raakte verder uit beeld. Voor een speler met zoveel interlands achter zijn naam (84), werd hij niet zo goed behandeld. Voor de uitwedstrijd tegen Feyenoord moest Winter zien dat hij niet bij de selectie zat doordat zijn shirtje niet klaar lag, zonder uitleg. 'Daar zakte mijn broek van af', zei Winter in een tv-programma.
   Met vallen en opstaan eindigde Ajax als derde in de competitie. Als er niet zoveel punten waren verloren aan het einde van het seizoen, had Feyenoord zelfs ingehaald kunnen worden.

De echte problemen
Winter en Witschge mochten niet naar een andere club, maar moesten blijven, als wisselspelers, omdat ze volgens Adriaanse een positieve invloed hadden op de groep en het niveau van de trainingen verhoogden. Aan het begin van de voorbereiding maakte de coach bekend, dat beide veteranen nog gewoon volwaardig lid van de selectie waren. Toen Adriaanse Winter vertelde dat hij voor maar n positie in aanmerking kwam (rechtshalf) en Witschge dat hij vijfde keus was voor de positie van linkshalf, kwamen de routiniers weer in opstand. Nog voor het begin van de competitie kwamen de spelers onderdak bij een andere club. Witschge werd verhuurd aan het Spaanse Alavs en Winter aan Sparta.
   Door de derde plaats van vorig seizoen mocht Ajax de voorronde van de Champions League spelen, tegen Celtic. De verwachtingen waren hooggespannen voor de eerste wedstrijd, begin augustus in de Arena. Ajax trad aan met vier aanvallers, twee middenvelders, drie spelers ouder dan 24 en twee Nederlanders. Zo liepen ze wel erg gemakkelijk in de val die Celtic had gezet. Ajax verloor kansloos met 1-3. De achterban begon te morren. Na de openingswedstrijd van de competitie tegen Roda JC (1-1-gelijkspel in een thuiswedstrijd) begonnen ze zelfs met witte zakdoekjes te zwaaien en 'Cootje rot op' te zingen. Zodra bij een topclub de supporters om de kop van de trainer vraagt, duurt het niet lang meer.

De ommekeer
Op dat moment, toen het al bijna te laat was, besloot Adriaanse met een ander systeem te gaan spelen. In een oefenwedstrijd tegen AS Roma, al voor de wedstrijden tegen Celtic gespeeld in Berlijn, had hij al een nieuw systeem uitgeprobeerd, met drie verdedigers, vijf middenvelders en twee spitsen. Bij de return tegen Celtic stond er niet veel meer op het spel. De kans dat Celtic nu ineens mee zou werken, was klein. Omdat er bijna een heel elftal geblesseerd was, speelde Ajax in een 3-5-2-formatie. In de prachtige sfeer in Glasgow won Ajax zomaar met 0-1. Elke speler speelde geconcentreerd en er werden bijna geen fouten gemaakt. Uitblinkers waren Rafael van der Vaart (die uitblonk op het middenveld), Ferdi Vierklau (die na een aantal blessures van hemzelf en nu bij een paar ploeggenoten weer terug in beeld was) en Wamberto (die achter de spitsen de rol overnam die Van der Gun zou spelen, ware het niet dat ook hij geblesseerd raakte). Het faalangstige geschuif van in de Arena was heel andere koek. Natuurlijk was de overwinning op Celtic van geen belang, maar ze betekende wel dat Ajax nog kon winnen. Maar het systeem is bij Ajax heilig. Al tientallen jaren speelt Ajax in een 3-4-3 of 4-3-3. Voor Adriaanse waren er ooit twee trainers die anders wilde spelen. Tomislav Ivic speelde in 1976 4-4-2 en werd daarmee niet echt populair, maar wel zomaar kampioen. In de laatste maanden voor hij ontslagen werd, probeerde Jan Wouters dat ook, maar dat werkte niet echt. De supporters zien Ajax het liefst zo aantrekkelijk mogelijk spelen, maar het is duidelijk dat de vier-spitsen-variant geen zoden aan de dijk zet. Diezelfde supporters zien hun club ook niet graag verliezen.
   Ook de belangrijke uitwedstrijd tegen Feyenoord werd gespeeld in de Berlijnse Muur. Feyenoord kwam er niet langs. Ajax gaf maar n kans weg en maakte twee van de handvol die het zelf schiep: een keurige 1-2-winst. Ajax-directeur Arie van Eijden zei off the record dat Adriaanse bij een slecht resultaat in de Kuip ontslagen zou worden. Voor Adriaanse is het dan maar goed dat hij deze wedstrijd won. Zo kon het dus bijna gebeuren dat een trainer van een topclub in de tweede competitiewedstrijd werd ontslagen.

De voorlopige moraal van het verhaal
Voor Adriaanse is het maar goed dat hij van Feyenoord won, en voor de Ajax-directeuren is het maar goed dat ze Adriaanse niet hebben ontslagen. Het schokeffect waar clubbestuurders op hopen als ze weer een trainer op straat zetten, blijkt uit onderzoek, bestaat helemaal niet. 't Werkt zelfs negatief om te ontslaan. Na de twee mindere resultaten in de thuiswedstrijden tegen Celtic en Roda JC, won Ajax al zeven keer op rij. Het elftal lijkt zich steeds meer thuis te voelen in het nieuwe 3-5-2-systeem, dat op veel verschillende manieren uitgevoerd kan worden, en kan ook nog steeds in een variant met drie of vier spitsen spelen. Op deze manier is Ajax alleen maar veelzijdiger en minder voorspelbaar geworden, en bovendien een stuk moeilijker te verslaan.